De helderheid van de PVV
Door Ellen klein Breukink donderdag, 05 juli 2012
Het verkiezingsgeweld is losgebarsten nu de politieke partijen hun verkiezingsprogramma’s hebben gepresenteerd. Het verkiezingsprogramma dat er ongetwijfeld het meest uitspringt is dat van de PVV. Deze partij is zich als geen andere bewust van het belang van heldere taal. Maar hoe helder is een tekst nog als je alleen in oneliners schrijft?
Henk en Ingrid kunnen hun woordenboek in de kast laten staan. Het net uitgekomen verkiezingsprogramma van de PVV (pdf) blinkt uit in eenvoud en eenduidigheid. Simpele woorden, korte zinnen, beeldend taalgebruik. Eigenlijk voldoet het programma aan heel veel eisen van helder taalgebruik. Chapeau voor de tekstschrijver die de standpunten van de PVV zo duidelijk heeft verwoord, zou je zeggen. Toch laat het verkiezingsprogramma ook zien dat de drang naar duidelijke taal al gauw kan doorslaan naar een opsomming van beeldspraken en oneliners. Het resultaat: een weinig samenhangende, soms ronduit komische tekst.
Flappentap
Op vage taal zul je de PVV dus niet snel betrappen. Een paar voorbeelden van passages, met dank aan vice.com:
'Toetreding tot de EU zien sommige landen als ongelimiteerde toegang tot een flappentap. In Roemenië lachen ze zich suf om al die domme Hollanders die blijven gireren, in Griekenland nemen ze nog een ouzootje met dank aan Henk en Ingrid, in Bulgarije zijn ze maar wat blij dat hun zigeuners verhuizen naar onze straten.’
‘Kunduz laat de milieugekkies weer baden in de subsidie. Is er nog ergens een plek in Nederland te vinden waar geen windmolen staat? Kijk maar uit, want dankzij de VVD komt daar binnenkort ook zo’n susbsidiemolen (SIC) te staan. Dat schijnt te zorgen voor ‘groene banen’. Maar de enige banen die het oplevert zijn de duurbetaalde schnabbels voor GroenLinksers en D66’ers die elders niet aan het werk komen.’
Wat in deze passages vooral opvalt is het veelvuldige gebruik van stijlfiguren: 'flappentap’, ‘onze straten’, ‘milieugekkies’, ‘baden in subsidie’. Het probleem is niet zozeer dát er in het programma stijlfiguren staan, maar de mate waarin dit gebeurt. Normaal gesproken zorgt een stijlfiguur ervoor dat je als schrijver de lezer weer even bij z’n kladden kunt grijpen. Een speldenprik kunt geven, waardoor hij weer verder leest. Maar overdrijf je dit, dan verdwijnt dit prikkelende effect. Sterker nog: dan wordt je tekst al gauw lachwekkend.
Had Bosma een slok wijn op?
Het wemelt inmiddels van de reacties op het verkiezingsprogramma. Bijvoorbeeld: ‘Is dit echt? Ik dacht dat dit een grap was!’ of ‘Ik zie het helemaal voor me. Bosma heeft eerst twee flessen goedkope wijn soldaat gemaakt. En vervolgens maar rammen op dat toetsenbord, in die flow gaan zitten. En het dan gewoon bij de eerste versie houden!’
Conclusie: mensen vinden de tekst van het partijprogramma hilarisch. En terecht. Want het partijprogramma is doorspekt met passages zoals hierboven. Zinnen die aan duidelijkheid niets te wensen over laten, maar wel echt te veel van het goede zijn. Op deze manier verwordt het verkiezingsprogramma tot een cabareteske brei aan woorden. Het is net of je een conferencetekst van Youp van 't Hek aan het lezen bent. En als je als politieke partij serieus genomen wilt worden, kan ik me voorstellen dat een associatie met cabaret niet iets is waarop je zit te wachten.
Ellen klein Breukink is tekstschrijver, projectmanager en coach bij R&Z. Daarnaast adviseert ze organisaties over hun redactionele huisstijl. Ellen is kritisch taalgebruiker en deelt haar bevindingen over taal graag met anderen.



Reacties