Taalergernis is echt ons ding
Door Jitse Talsma dinsdag, 01 februari 2011
Taalergernis is modieus. Het is echt ons ding, dus hangen wij bij R&Z de Vaagtaal top-100 aan de muur en vinden we verengelsing niet ´cool´. Dit modeverschijnsel heeft een lange voorgeschiedenis.
Charles den Tex schreef tien jaar geleden al een boekje over adviesjargon, volgens hem de bron van de ergste vaagtaal. In een interview herhaalt hij het nog maar eens: ´De taal van adviseurs is diep doorgedrongen in de maatschappij.´ Het grootste probleem: managers, politici en zelfs mensen met een echt beroep nemen nu de lege en loze uitdrukkingen over.
De introductie van een vloekenpot
Bij R&Z volgen we de laatste mode van irritatie. Olaf beschreef al de alternatieve ´vloekenpot´ die ons geklets moet kuisen van taalmonsters. Maar waarom geldt die vloekenpot alleen voor wat we zeggen en niet voor wat we schrijven? Het ene moment ergeren we ons aan stukjes taalvervuiling. Maar vervolgens ontkomen wij er haast niet aan vaagtaal te citeren. De werkelijkheid is weerbarstig, vertellen mijn ervaren collega´s: ´Uiteindelijk moet je voldoen aan de wens van de klant.´
Geef de klant wat hij nodig heeft, niet wat hij wil
Misschien is het mijn jeugdige overmoed. Maar bij R&Z pompen we dagelijks honderden, duizenden woorden de maatschappij in. Wij zijn dus medeverantwoordelijk voor de taal en de taalvervuiling. Dan kunnen we proberen het tij te keren. Hebben we de moed om taalvervuiling consequent te voorkomen en zo de wens van de klant om vage taal te gebruiken te negeren? Hebben we de moed om de klant niet te geven wat hij wil, maar wat hij nodig heeft? Een heldere tekst. Een duidelijke boodschap. Een doeltreffende campagne. Ik vind dat het moet. Daar zijn we voor. Om met de juiste woorden de klant verder te brengen. Durven we een voorloper te zijn?

