Bouwdorp legt fundament voor techniek
Door Margot Schmitz donderdag, 19 augustus 2010
Voor de zomervakantie gaf ik mijn kinderen op voor ´het bouwdorp´. Een geweldige kinderactiviteit in de laatste week van de zomervakantie. Timmeren, zagen en schilderen dat het een lieve lust is. De perfecte manier om interesse aan te boren voor techniek. Maar nog belangrijker: om onmisbare competenties en vaardigheden te ontwikkelen.
In de laatste week van de zomervakantie verandert Nederland in één grote bouwput. Van Texel tot Roermond, van Maassluis tot Nijmegen. Het concept ´bouwdorp´ is op het eerste oog uitermate simpel: je geeft kinderen van 5 tot 12 jaar een hamer, pallets, spijkers, verf en een paar bouwkavels. Koppel er een mooi thema aan -bijvoorbeeld Europa - en jawel: na een dag zie je al een Zwitsers chalet verschijnen of een Noors Vikingschip opdoemen.
Competenties
Als je je verdiept in het bouwdorp, zie je veel meer. Een geoliede organisatie (meestal helemaal drijvend op vrijwilligers) die kinderen de perfecte techniekweek biedt. Een week die verder gaat dan het verwerken van zoveel mogelijk spijkers. De creatie van een Vikingschip vraagt niet alleen de hulp van een handige vader of moeder, maar ook specifieke competenties en vaardigheden. Vereiste competenties zijn doorzettingsvermogen, samenwerking, creativiteit en bouwtechnisch inzicht. In feite is het ook een spoedcursus conflicthantering. Het laatste wat je wilt is dat je kind met een schedelbasisfractuur - als gevolg van een tik met een hamer - huiswaarts keert.
Bijdrage aan toekomst van Nederland
Geen hogere wiskunde, nee. Maar de talloze bouwdorpen dragen stiekem wel een klein steentje bij aan de toekomst van Nederland. Nederlandse bètatechnici moeten binnen enkele jaren niet alleen iets kunnen maken, maar bijvoorbeeld ook over sociale vaardigheden beschikken. Anders kunnen ze niet concurreren met bijvoorbeeld Indiase en Chinese collega´s. Het manifest ´Ruimte voor talent, ruimte voor Wetenschap en Techniek´ uit 2008 richt zich op het primair onderwijs en gaat uit van competenties als ontdekkend leren en creativiteit. Competenties die ook in het bouwdorp handig van pas komen. En wie weet raken er van al die bouwdorpkinderen wel een paar enthousiast voor een technische opleiding. Ze gaan in het voortgezet onderwijs kiezen voor natuur en techniek. En het zijn toch vooral de bètatechnische kenniswerkers die de innovatie voor hun rekening nemen.
Investeren in kennis
Maar meer en betere bètatechnici vraagt natuurlijk beduidend meer dan een jaarlijks bouwdorp. Een grotere instroom van leerlingen en studenten in technische opleiding is inmiddels verwezenlijkt. Maar hoe houd je ze vast? En hoe tillen we ons onderwijs naar een hoger niveau? Logisch dat allerlei partijen hun best doen om techniek hoog op de agenda te houden. Zo ontwikkelde het Platform Bètatechniek een ambitieuze bètatechniek-agenda voor de periode 2011-2016. En kwam de KIA-coalitie, kort na de verkiezingen, met een Kennis en Innovatie Agenda 2011-2010. Organisaties en partijen met verstand van zaken snappen hoe belangrijk het is om te blijven investeren in kennisontwikkeling. In onderwijs, in kinderen. In de toekomst van ons land.
Ontwikkeling van talent
Terug naar het bouwdorp. De talloze vrijwilligers en ouders die deze bouwdorpen mogelijk maken, dragen - vaak onbewust - bij aan ontwikkeling van talent. Het is een druppel op een gloeiende plaat. Maar wel een hele wezenlijke druppel. In combinatie met uitstekend basisonderwijs met voldoende aandacht voor techniek, levert dit een generatie jongeren op met een glansrijke toekomst. Die bovendien prachtige herinneringen heeft aan die talloze pallets die elke vakantie omgetoverd werden tot waanzinnige bouwkundige creaties.

